maandag 21 november 2011

Autisme bij Kinderen

Hoe eerder een diagnose gesteld kan worden, hoe beter het is voor de ontwikkeling van het kind en de begeleiding van ouders. Het is dan ook belangrijk dat ouders die hun zorgen op het consultatiebureau uiten, serieus genomen worden. 

Belangrijk is dat je zelf nooit een diagnose kan en mag stellen. Een diagnose mag enkel gesteld worden door een psychiater na een zorgvuldig onderzoek. Hiervoor maakt de psychiater gebruik van observaties en verschillende test-instrumenten.

De diagnose autisme kan alleen gesteld worden na een uitvoerig multidisciplinair onderzoek door een team met een ruime ervaring op het gebied van autisme (bijvoorbeeld een regionaal autismeteam, een gespecialiseerd universitair Ambulatorium of een (academische) polikliniek voor kinder- en jeugdpsychiatrie). Maar de diagnose kan ook door een GZ-psycholoog of ( kinder )psychiater gesteld worden die deskundig is op het gebied van autisme.
Autisme kun je wel herkennen. Alle autistische kinderen en volwassenen  vertonen dezelfde kenmerken hoewel de ernst van de kenmerken kan verschillen van mens tot mens. 
Geen twee mensen met autisme zijn gelijk. Dit maakt het ook zo lastig om gedrag van mensen met autisme op de juiste wijze te duiden. 
Autisme is een stoornis in de informatieverwerking van de hersenen. Informatie die via de zintuigen binnenkomt (zicht, geur, geluid, etc.) wordt bij mensen met autisme anders verwerkt. Zij hebben moeite om de details die zij waarnemen te verwerken tot een samenhangend geheel. Hierdoor hebben mensen met autisme problemen met communicatie, sociale interactie en verbeelding.

Autisme is een levenslange, vaak onzichtbare, handicap die invloed heeft op alle levensgebieden in alle levensfasen. De handicap brengt specifieke sterke en zwakke kanten met zich mee. De meeste mensen met autisme hebben in meer of mindere mate hun leven lang deskundige begeleiding nodig. Met meer begrip van de omgeving en de juiste begeleiding kunnen veel mensen met autisme naar school of werken, relaties met anderen onderhouden en daardoor een zin- en betekenisvolle rol in de samenleving hebben.

Ruim één procent van de Nederlanders – ca. 190.000 mensen – heeft een vorm van autisme. De kans is dus groot dat iemand in uw directe omgeving autisme heeft: in uw familie, in uw vrienden- en kennissenkring, op school of op het werk.

Autistische stoornissen vallen onder de psychiatrische stoornissen en worden geclassificeerd volgens de criteria van de DSM-IV-TR, een systeem dat wereldwijd gebruikt wordt. Binnen deze criteria worden vijf subgroepen van autisme onderscheiden:

  1. Klassiek Autisme
  2. De stoornis van Asperger
  3. PDD-nos
  4. RETT  syndroom
  5. Desintegratiestoornis  van de kinderleeftijd
 Meer info op www.autisme.nl